Wat is vermogensbelasting?

Als je vermogen hebt, betaal je daar vanaf een bepaald bedrag belasting over. Veel mensen noemen dit vermogensbelasting, spaartaks of box 3-heffing. De officiële term is vermogensrendementsheffing. Dat betekent dat je belasting betaalt over het veronderstelde rendement op je vermogen. Jarenlang ging de Belastingdienst uit van hogere rendementen dan veel mensen in werkelijkheid behaalden. In 2021 en in 2024 bepaalde de Hoge Raad dat deze manier van berekenen oneerlijk is. Daarom geldt er sinds 2023 een tijdelijke regeling: de Overbruggingswet box 3. In dit artikel lees je wat vermogensbelasting is en hoe de huidige berekening werkt. En wat de gevolgen zijn van de uitspraken van de Hoge Raad.

Belangrijkste punten in dit artikel

  • Vermogensrendementsheffing is een belasting op het veronderstelde rendement van je vermogen, niet op het vermogen zelf.
  • In 2021 bepaalde de Hoge Raad dat de manier van berekenen oneerlijk is.
  • Vanaf 2023 geldt een tijdelijke regeling: de Overbruggingswet box 3. De belasting wordt daarbij berekend via een methode die dichter bij het werkelijke rendement ligt.
  • De Belastingdienst rekent met verschillende fictieve rendementen voor spaargeld, beleggingen en schulden.
  • De Hoge Raad oordeelde in juni 2024 dat ook deze methode niet altijd eerlijk is. Je mag daarom het werkelijke rendement aantonen: de Tegenbewijsregeling.
  • Een belastingstelsel gebaseerd op werkelijk rendement staat gepland voor 2028. De Overbruggingswet box 3 blijft voorlopig van kracht.

Wat is vermogensrendementsheffing?

De Belastingdienst gaat ervan uit dat je een bepaald rendement haalt met je vermogen. Bijvoorbeeld door rente op je spaargeld of winst op je beleggingen. Dit heet je voordeel uit sparen en beleggen. Over dit voordeel betaal je belasting in box 3.

Je dus betaalt geen belasting over je vermogen zelf, maar over het veronderstelde rendement op je vermogen. De officiële term voor de vermogensbelasting is daarom vermogensrendementsheffing. En omdat het veronderstelde rendement op je vermogen niet altijd overeenkomt met de werkelijkheid heet dit ook wel het fictieve rendement.

Veranderingen door uitspraak Hoge Raad in 2021

Een groep belastingbetalers vond dit systeem op basis van fictief rendement oneerlijk. Vooral in tijden van lage spaarrentes. Zij haalden hun fictieve rendement in werkelijkheid niet en betaalden daardoor teveel belasting. De Hoge Raad gaf hen op 24 december 2021 gelijk: de box 3‑heffing was in strijd met Europees recht.

Het kabinet wilde daarom overstappen op een belasting op werkelijk rendement, maar de voorbereiding bleek ingewikkelder dan verwacht. Daarom geldt voor de jaren 2023 en daarna een tijdelijke oplossing: de Overbruggingswet box 3.

Wat valt er in box 3?

Je vermogen bestaat uit je bezittingen min je schulden.

Bezittingen in box 3:

  • Spaargeld en geld op betaalrekeningen;
  • Beleggingen zoals aandelen, obligaties en beleggingsfondsen;
  • Een tweede woning of een huis dat je verhuurt;
  • Crypto-valuta zoals Bitcoin of andere digitale bezittingen;
  • Vorderingen zoals geld dat je hebt uitgeleend.

Niet al je bezittingen hoef je op te geven als vermogen in box 3. Zoals je eigen woning, de inboedel van je woning, je auto, je pensioen, je lijfrenten en (tot een bepaald maximumbedrag) groene beleggingen.

Heb je schulden? Die mag je van je bezittingen aftrekken, behalve de hypotheekschuld op je eigen woning. Ook moeten je schulden boven een drempelbedrag uitkomen. In 2026 is de schuldendrempel zonder fiscale partner € 3.800,- (hetzelfde als in 2025) en met fiscale partner € 7.600,-. Pas als je schulden hoger zijn dan dat bedrag, mag je ze van je bezittingen aftrekken.

Hoeveel vermogen is belastingvrij?

Je vermogen op 1 januari van het jaar waarover je belastingaangifte doet is de basis voor de berekening. Over het rendement op het eerste deel van je vermogen hoef je geen belasting te betalen. Dat is het heffingsvrij vermogen. In 2026 is het heffingsvrije vermogen zonder fiscale partner € 59.357,- en met fiscale partner € 118.714,- (€ 57.684,- en € 115.368,- in 2025).

Alles boven het heffingsvrije deel heet de grondslag sparen en beleggen. Over die grondslag wordt je voordeel uit sparen en beleggen berekend. En over dat voordeel betaal je belasting.

Internetsparen

Wil je ook vermogen opbouwen? Open gratis een internetspaarrekening bij Nationale-Nederlanden.

Lees meer over Internetsparen

Hoe werkt de berekening volgens de Overbruggingswet?

Bij de berekening volgens de Overbruggingswet worden fictieve rendementen gebruikt die dichter bij de werkelijkheid liggen dan bij de oude methode. De Belastingdienst kijkt daarbij naar de werkelijke verdeling van je vermogen over drie categorieën:

  • Spaargeld;
  • Overige bezittingen (zoals beleggingen, vastgoed en crypto);
  • Schulden.

Fictieve rendementen per categorie

Categorie 2026 2025 2024 2023 2022
Spaargeld 1,28%* 1,44% 1,44% 0,92% 0,00%
Overige bezittingen 6,00% 5,88% 6,04% 6,17% 5,53%
Aftrekbare schulden 2,70%* 2,62% 2,61% 2,46% 2,28%

* voorlopige percentages. De Belastingdienst gebruikt deze percentages bij het vaststellen van de voorlopige aanslagen, maar de definitieve percentages kunnen nog wijzigen.

Zo bereken je in 6 stappen hoeveel belasting je betaalt in box 3

Je kunt in zes stappen berekenen hoeveel belasting je moet betalen. Eerst bereken je je voordeel uit sparen en beleggen, ofwel je box 3-inkomen. Dat kun je zelf doen, of met het hulpmiddel van de Belastingdienst. In 2026 betaal je over dit voordeel uit sparen en beleggen 36% belasting.

Stap 1: Totaal rendement

Vermenigvuldig je vermogen per categorie met de percentages uit bovenstaande tabel. Tel het rendement op spaargeld en dat op overige bezittingen bij elkaar op. Trek het rendement op aftrekbare schulden daar vanaf.

Stap 2: Totaal vermogen

Tel alle soorten vermogen bij elkaar op en trek daar de schulden die boven de schuldendrempel uitkomen vanaf.

Stap 3: Grondslag sparen en beleggen

Trek van je totale vermogen het heffingsvrij vermogen af.

Stap 4: Rendementspercentage

Deel het totale rendement door je totale vermogen. Dat getal vermenigvuldig je met 100.

Stap 5: Voordeel uit sparen en beleggen

Vermenigvuldig je grondslag sparen en beleggen met je rendementspercentage.

Stap 6: Te betalen belasting in box 3

Vermenigvuldig je voordeel uit sparen en beleggen met 36%.

Een rekenvoorbeeld over 2026

Mevrouw Jansen is alleenstaand en heeft op 1 januari 2026 de volgende bezittingen in box 3:

  • Spaargeld: € 100.000,-
  • Beleggingen: € 100.000,-

Het heffingsvrij vermogen in 2026 is € 59.357,-.

Berekening box 3-heffing:

  • Totaal rendement: € 100.000,- * 1,28% + € 100.000,- * 6,00% = € 7.280,-
  • Vermogen: € 100.000,- + € 100.000,- = € 200.000,-
  • Grondslag sparen en beleggen: € 200.000,- -/- € 59.357,- = € 140.643,-
  • Rendementspercentage: € 7.280,- / € 200.000,- = 3,64%
  • Voordeel uit sparen en beleggen: 3,64% * € 140.643,- = € 5.119,41
  • Te betalen belasting in box 3: € 5.119,41 x 36% = € 1.842,99

Uitspraak Hoge Raad in 2024: Tegenbewijsregeling

Op 6 juni 2024 oordeelde de Hoge Raad dat de hierboven beschreven rekenmethode nog steeds oneerlijk kan uitpakken. Het fictieve rendement mag namelijk nooit hoger zijn dan het werkelijk behaalde rendement. Daarom mag je kiezen voor de Tegenbewijsregeling. Je levert dan zelf bewijs aan wat jouw werkelijke rendement was. Bijvoorbeeld via renteoverzichten, transactiegegevens van beleggingen of waardestijgingen van vastgoed. Op belastingdienst.nl lees je hierover meer informatie.

Is de Tegenbewijsregeling voordelig?

De Tegenbewijsregeling kan in sommige situaties gunstig zijn. Dit is goed om te weten:

  • Bij de Tegenbewijsregeling geldt het heffingsvrije vermogen niet. Je betaalt dus belasting over het rendement op je hele vermogen.
  • De Tegenbewijsregeling is alleen voordelig als je werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire (fictieve) rendement.
  • Met de Tegenbewijsregeling betaal je nooit méér belasting dan volgens de forfaitaire berekening.
  • Voor veel spaarders heeft de Tegenbewijsregeling geen voordeel, omdat de fictieve spaarrente bijna gelijk is aan de werkelijke rente.

Vooruitblik: belasting op werkelijk rendement

Er wordt op dit moment gewerkt aan de Wet werkelijk rendement box 3. Dat is een systeem waarin mensen belasting betalen over het rendement dat ze echt behalen. De invoering hiervan staat gepland voor 1 januari 2028. Tot die tijd blijft de Overbruggingswet box 3 gelden.

Goed om te weten

Tip: bedenk of je misschien een deel van je vermogen wilt schenken. Geef bijvoorbeeld je (klein)kind een financieel duwtje in de rug voor een woning of studie. Let dan wel op deze belastingregels bij schenken.

Meer binnen thema

Meer artikelen