Pensioendatum: wanneer mag ik met pensioen?

Wanneer mag ik met pensioen? Die vraag is voor veel mensen niet zo makkelijk te beantwoorden. Vreemd is dat niet. Er is de afgelopen jaren veel veranderd rondom stoppen met werken. De tijd dat de AOW ingaat in de maand dat we 65 jaar worden, is voorbij. Ook het pensioen dat we jaarlijks mogen opbouwen via onze werkgever is verlaagd en start vaak op een latere leeftijd (67 of 68 jaar). Kunnen we überhaupt nog met pensioen?

Dat gelukkig wel. In dit artikel gaan we dieper in op de mogelijkheden om je pensioendatum te plannen. Hierna weet je meer over je AOW-leeftijd, het pensioen via je werkgever en eerder of later stoppen met werken.

Pensioendatum

Met pensioen gaan is eigenlijk niets anders dan stoppen met werken. Het moment waarop je met pensioen gaat, bepaal je in principe helemaal zelf. Voor de meeste mensen is zomaar stoppen met werken financieel alleen niet haalbaar. Daarom is het verstandig om je pensioendatum te plannen. Als je stopt met werken, zijn er grofweg drie geldstromen om in je levensonderhoud te voorzien, namelijk:
• AOW (overheid)
• Pensioen (werkgever)
• Eigen middelen (spaargeld, lijfrente en andere inkomsten)

Voor een goed pensioen is tegenwoordig vaak meer dan één geldstroom nodig. We behandelen ze allemaal.

AOW-leeftijd

De AOW (Algemene Ouderdomswet) is het ‘basispensioen’ vanuit de overheid. De meeste mensen die in Nederland wonen (of hebben gewoond) krijgen deze uitkering. Wanneer je AOW krijgt, hangt af van je geboortedatum en de levensverwachting in Nederland.

Elk jaar kijkt de overheid naar de levensverwachting op het moment dat je de AOW-leeftijd bereikt. Voor elk jaar dat de levensverwachting omhoog gaat, stijgt de AOW-leeftijd met 8 maanden. Zit je 5 jaar of minder voor je AOW-leeftijd? Dan is je AOW-leeftijd definitief.

Bereken hier jouw verwachte AOW-leeftijd.

Pensioenuitkering: op welk moment?

Als je in loondienst werkt, bouw je meestal pensioen op via je werkgever. De afgelopen jaren is de pensioenleeftijd in veel pensioenregelingen gestegen, terwijl de pensioenopbouw juist is gedaald. Dit betekent dat je langer moet doorwerken voor hetzelfde pensioen. Tot 2014 was de pensioenleeftijd in de meeste pensioenregelingen standaard 65 jaar. Gelijktijdig ontving je dan je AOW. Dat was lekker overzichtelijk.

Tegenwoordig is de situatie complexer. Het komt regelmatig voor dat pensioenen op verschillende momenten starten met uitkeren. Bijvoorbeeld: een deel bij 65 jaar (dat is vóór 2014 opgebouwd), een ander deel dat op of ná 67 ingaat (opgebouwd ná 2014) en de AOW op 66 en 9 maanden. Dat zijn drie geldstromen die afzonderlijk van elkaar starten met uitkeren. Omdat veel mensen hun AOW én werkgeverspensioen nodig hebben om rond te komen, wachten ze totdat ze de AOW-leeftijd hebben bereikt.


Pensioendatum vervroegen

Wie hier niet op wil wachten, kan (als de pensioenregeling het toestaat) het volgende overwegen. We nemen het bovenstaande voorbeeld als uitgangspunt, waarbij de gewenste pensioenleeftijd 65 jaar is. In veel pensioenregelingen kan de ingangsdatum van het pensioen worden verplaatst. Ook is het meestal mogelijk om tijdelijk een hoger en daarna een lager pensioen te ontvangen.

Het pensioen dat ingaat op 65 jaar verandert niet. Het pensioen dat ingaat op 67 jaar wordt vervroegd naar 65 jaar (let op: als je een pensioen vervroegt, wordt je uitkering lager). Vervolgens wordt voor beide pensioenen gekozen om tijdelijk een hoger pensioen te ontvangen. Hierna krijg je een lager pensioen. Je hebt namelijk al een deel van je pensioen versneld opgenomen. Door deze optie te gebruiken, kun je de periode tot de AOW ingaat (1 jaar en 9 maanden) financieel overbruggen. Niet in alle gevallen is het haalbaar om op deze manier eerder te stoppen met werken. De verwachting is dat eerder stoppen met werken in de toekomst vooral uit eigen middelen moet worden betaald.

Eigen middelen

Wie over ‘eigen middelen’ beschikt, kan een tijdelijk inkomenstekort bijvoorbeeld met spaargeld betalen. Als het tekort in de periode tot de AOW (1 jaar en 9 maanden) € 750,- per maand is, dan heb je hiervoor € 15.750,- (21 maanden x € 750,-) nodig.

Het is verstandig om tijdig te bepalen hoeveel geld je later nodig hebt. Het opbouwen van vrij besteedbaar geld duurt langer dan je denkt. Andere vormen van eigen middelen zijn lijfrente- en/of bankspaarproducten. Hieruit ontvang je een periodieke uitkering. Je kunt deze producten vaak belastingvriendelijk (aftrekbaar) opbouwen. Ook huurinkomsten of inkomsten uit aandelen (dividend) vallen onder eigen middelen. Dit type inkomsten is vaak sterk afhankelijk van de markt. Het is daarom verstandig om deze (potentiele) inkomsten voorzichtig in te schatten.

Minder werken of pensioen uitstellen

Lukt het financieel niet om helemaal te stoppen met werken? Dan kun je ook kiezen voor deeltijdpensioen. Je gaat dan minder werken. Voor de uren die je minder werkt, gaat je pensioen in. Voor de uren die je blijft werken, ontvang je salaris (en bouw je pensioen op). Je ontvangt dus gelijktijdig pensioen en salaris. Dit kan een mooie tussenweg zijn om gelijkmatig naar je ‘echte’ pensioen toe te groeien. Het is verstandig om je wensen rondom pensioen tijdig te overleggen met je werkgever. Niet iedere werkgever staat namelijk open voor personeel dat met deeltijd pensioen wil.

Ben je nog helemaal niet toe aan met pensioen gaan? Dan kun je je pensioen ook uitstellen. Je uitkering wordt in dat geval hoger. Wat je ook kiest, ga goed na wat in jouw situatie mogelijk en gewenst is. Een pensioenadviseur kan je helpen met advies, informatie en een haalbare financiële planning. Vergeet ook niet om je pensioenwensen tijdig te overleggen met je werkgever. Zo voorkom je onduidelijkheid en kun je tijdig beginnen met het inwerken van je toekomstige plaatsvervanger.


Wil je meer weten?