Ga direct naar inhoud

Preventietips Carnavalswagens

Bij het bouwen van carnavalswagens zijn er allerlei werkzaamheden die risico’s met zich mee brengen. Een ongeval, brand of schade aan de wagen kan de feestvreugde flink bederven. Met de juiste maatregelen voorkomt u veel problemen.

Zorg voor de vergunning en verzekering
  • Voor vaste én voor tijdelijke bouwplaatsen, zoals tenten, moet u bij de gemeente een gebruiksmelding doen en een bouwvergunning aanvragen.
  • Als een locatie tijdelijk als bouwplaats wordt gebruikt betekent dit meestal een wijziging in de bestemming van het gebouw. Breng uw verzekeringsmaatschappij hiervan op de hoogte.
  • Niet alle WAM-verzekeringen bieden dekking voor het rijden in een optocht. Informeer hiernaar bij uw verzekeringsmaatschappij.
Stel veiligheid voorop
  • Stel een veiligheidscoördinator aan die toeziet op het veilig uitvoeren van de bouwwerkzaamheden.
  • Zorg dat EHBO-middelen aanwezig zijn, zoals een verbandtrommel, oogspoeling en branddekens.
  • Ruim werkplekken op en controleer bij vertrek of gevaarlijke stoffen, afval en gereedschappen veilig zijn opgeborgen.
  • Schakel bij vertrek alle elektriciteit uit. Richt een aparte plek in waar gereedschapsaccu’s kunnen worden opgeladen zonder gevaar voor brand door oververhitting.
  • Stel een rookverbod in op de werkplekken. Richt een aparte ruimte in waar roken wel is toegestaan.
  • Beperk het gebruik van alcohol tijdens het werk.
Richt de bouwlocatie veilig in
  • Zorg dat de elektrische installatie in het pand genoeg capaciteit heeft voor de verlichting, alle gereedschappen en andere apparaten.
  • Verdeel de verlichting over meerdere groepen, zodat bij uitval van een groep altijd een deel van de verlichting blijft werken.
  • Zorg voor genoeg vluchtroutes en hou deze vrij.
  • Voorzie de wagen in aanbouw van minimaal één goedgekeurde brandblusser van minimaal zes kilo of liter. Zorg dat in de loods minimaal drie brandblussers zijn, namelijk bij de ingang, de vluchtdeur en bij de wagen in aanbouw.
  • Gebruikt u mobiele verwarmingstoestellen zoals heaters of radiatoren? Zet ze op een vaste plaats met een stabiele ondergrond. Zorg dat er binnen een straal van drie meter geen spullen liggen.
Pas op met gevaarlijke stoffen
  • Beperk de hoeveelheid gevaarlijke stoffen (zoals verf, lijm, brandstoffen, gascilinders, olie en polyester) op de werkplek en sla ze op in een aparte ruimte of kast.
  • Zet gascilinders op een goed geventileerde plaats. Zorg dat ze niet kunnen omvallen en sluit de hoofdkraan na elk gebruik goed af.
  • Gebruik bij voorkeur latex, verf op waterbasis, onbrandbare lijmen en vervang polyester bijvoorbeeld door Paverpol.
  • Ventileer goed en hou u aan de veiligheidsinstructies op de verpakking van de stoffen staat. Draag bijvoorbeeld beschermende kleding of maskers.
  • Gebruikt u vloeistoffen die schadelijk zijn voor het milieu? Doe dit dan boven een vloeistofdichte ondergrond en zorg voor genoeg absorptiemiddelen.
  • Scheid het afval en sla gevaarlijke afvalstoffen op in afsluitbare bakken of containers.
Verminder de kans op brand
  • Ventileer de ruimte goed wanneer u met brandgevaarlijke stoffen werkt. En hou u aan de veiligheidsinstructies die op de verpakking van de stoffen staan.
  • Is het echt nodig om te lassen? Onderzoek of andere bevestigingsmethoden mogelijk zijn die minder brandgevaar met zich meebrengen.
  • Voer geen las- en slijpwerkzaamheden uit op plaatsen waar gewerkt wordt met hout of brandgevaarlijke stoffen.
  • Haal spullen die makkelijk vlam kunnen vatten weg of dek ze af met brandwerend materiaal.
  • Laat iemand tot een uur na het werk opletten of er geen brand ontstaat.
Werk met veilig gereedschap
  • Controleer voor elk gebruik verlengsnoeren, kabelhaspels en gereedschappen op beschadigingen. Gebruik geen beschadigde spullen.
  • Rol kabelhaspels altijd helemaal af zodat ze niet oververhit raken. Let wel op dat mensen niet over het snoer kunnen struikelen.
  • Werkt u op hoogte of op moeilijk bereikbare delen van de wagen? Gebruik alleen onbeschadigde ladders en steigers en maak gebruik van valbeveiliging.
  • Verminder de kans op diefstal van gereedschappen door ze op te bergen in een afgesloten kast of ruimte en sluit de bouwlocatie na vertrek goed af.
Zorg voor een veilige optocht
  • Hou bij de bouw van de wagen rekening met de maximale hoogte en stabiliteit. Denk aan de hoogte van viaducten op de route en aan rotondes en verkeersdrempels waardoor de wagen kan kantelen of omslaan. Zorg voor een stabiele constructie en beveilig hoge delen van de wagen zodat mensen er niet af kunnen vallen.
  • Zijn er bewegende delen op de wagen? Zorg dat ze niet botsen en stoten en dat niemand bekneld kan raken.
  • Bij aandrijvingen, geluidsapparatuur en verlichting ontstaat warmte. Gebruik onbrandbare materialen rondom deze apparatuur en zorg voor genoeg ventilatie om de warmte af te voeren. Ook kabelhaspels die niet afgerold zijn kunnen oververhit raken.
  • Neem een brandblusser mee tijdens de rit.
  • Rij stapvoets. Ook tijdens de rit van de bouwlocatie naar de optocht.


Heeft u vragen over schadepreventie?

Nationale-Nederlanden adviseert u graag over hoe u de kans op schade vermindert. Een team van ervaren risicodeskundigen staat voor u klaar.