Ga direct naar inhoud

Als je overlijdt: financiële gevolgen voor jouw nabestaanden

De emotionele impact van je overlijden kun je niet voorkomen. Maar wel kunnen de financiële gevolgen voor je partner en/of kinderen worden verzacht.

Drie inkomensbronnen

Na je overlijden zijn de drie meest voorkomende inkomensbronnen voor je partner en/of kinderen:

  • Anw-uitkering (van de overheid)
  • Partner- en wezenpensioen (van de pensioenverzekeraar of het pensioenfonds via je werkgever)
  • Een aanvulling op je pensioen (Bijv. een lijfrente, banksparen of een overlijdensrisicoverzekering)

Algemene Nabestaandenwet (Anw)

Niet iedereen komt voor een Anw-uitkering in aanmerking. Om te beginnen moet je partner jonger zijn dan de AOW-leeftijd. En je moet op het moment van overlijden verzekerd zijn voor de Anw. Woon of werk je in Nederland? Dan ben je in principe verzekerd voor de Anw. Daarnaast moet je partner aan één van de volgende voorwaarden voldoen:

Hij of zij:

  • is ten minste voor 45% arbeidsongeschikt, zwanger, of
  • is verzorger van een kind onder de achttien jaar.

Voldoet je partner aan de voorwaarden? Dan ontvangt hij of zij een uitkering tot de AOW-gerechtigde leeftijd. Of totdat je partner opnieuw gaat trouwen of samenwonen. Heeft je partner een eigen inkomen? Dan wordt dit in mindering gebracht op de uitkering. Als er iemand van 21 jaar of ouder op hetzelfde adres woont als je partner, krijgt je partner misschien ook een lagere Anw-uitkering. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) keert de verzekerde bedragen uit.

Partner- en wezenpensioen

Vaak bouw je via de pensioenregeling van je werkgever naast ouderdomspensioen ook pensioen op voor je nabestaanden. Hierdoor zijn je (ex-)partner en kinderen verzekerd van een uitkering als je overlijdt. Die komt bovenop een eventueel partnerpensioen dat je hebt opgebouwd bij vorige werkgevers. De hoogte van je partnerpensioen staat op het pensioenoverzicht dat je ontvangt van je pensioenuitvoerders (zoals Nationale-Nederlanden).

Let op: Sommige pensioenregelingen hebben een partnerpensioen op zogenaamde ‘risicobasis’. Zo lang je in dienst bent, is partnerpensioen verzekerd. Maar als je uit dienst gaat, vervalt dit pensioen. Daarna is geen partnerpensioen meer verzekerd. Je kunt er dan voor kiezen bij uitdiensttreding een deel van je ouderdomspensioen te ruilen voor partnerpensioen.

Pensioen bij echtscheiding

Ben je gescheiden of is je relatie beëindigd? Dan heeft je ex-partner recht op het deel van het partnerpensioen dat je tot je scheiding hebt opgebouwd. Op onze website vind je meer informatie over je pensioen na de scheiding.

Pensioen voor kinderen

De meeste pensioenregelingen geven je kinderen recht op wezenpensioen. Vaak is geregeld dat zij dit ontvangen tot ze 18 jaar zijn. Of – voor studerende kinderen – tot hun 27ste. De precieze voorwaarden kun je nalezen in het pensioenreglement.