Ga direct naar: inhoud

Oud regime en nieuw regime

  • Let op regels van de Belastingdienst
  • Verschillen tussen oud regime en nieuw regime
  • Keuze tussen banksparen of verzekeren

De verschillen op een rij

Niet alle lijfrenteverzekeringen zijn hetzelfde. Dat komt doordat de belastingregels voor lijfrenteverzekeringen tussentijds zijn aangepast. Op oude lijfrenteverzekeringen zijn daarom andere regels van toepassing dan op nieuwere verzekeringen of bankspaarrekeningen. De Belastingdienst hanteert hiervoor de termen ‘oud regime’ en ‘nieuw regime’.

Oud regime

De Belastingdienst hanteert de term ‘oud regime’:

  • Als u een koopsompolis (eenmalige storting) heeft afgesloten vóór 1 januari 1992, of
  • Als de ingangsdatum van de verzekering vóór 16 oktober 1990 ligt én u periodiek premies heeft betaald tot uiterlijk 31 december 2000.

Nieuw regime

De Belastingdienst hanteert de term ‘nieuw regime’:

  • Als u een koopsompolis (eenmalige storting) heeft afgesloten op 1 januari 1992 of later, of
  • Als u periodiek premies heeft betaald en de ingangsdatum van de verzekering is 16 oktober 1990 of later, of
  • Als de ingangsdatum van de verzekering vóór 16 oktober 1990 ligt én u periodiek premies heeft betaald na 31 december 2000, of
  • Als u eenmalig of periodiek geld heeft gestort op een bankspaarrekening

Belangrijkste verschillen

Product Oud regime Nieuw regime
Tijdelijke oudedagslijfrente U bepaalt zelf wanneer deze lijfrente ingaat en hoe lang de uitkeringen lopen. Het uitkeringsbedrag is niet aan een maximum bedrag gebonden. Deze lijfrente kent een uitkeringsduur van minimaal vijf jaar. De maximale hoogte is bruto € 21.312,- (2017) per jaar.

Deze lijfrente mag ingaan in het jaar waarin u de AOW-leeftijd bereikt of in de vijf jaar na het bereiken van de AOW-leeftijd.

Als u de uitkeringen eerder wilt laten ingaan, dan is dat mogelijk als uw lijfrente onder de overgangsregeling van 2014 valt:

• Heeft u na 2013 geen stortingen meer gedaan voor deze lijfrente? Dan kunt u het gehele bedrag gebruiken voor een tijdelijke oudedagslijfrente die op zijn vroegst ingaat in het jaar waarin u 65 jaar wordt.
• Heeft u na 2013 wel stortingen gedaan voor deze lijfrente? Dan kunt u de waarde van de aanspraak op 31 december 2013 gebruiken voor een tijdelijke oudedagslijfrente die op zijn vroegst ingaat in het jaar waarin u 65 jaar wordt. Voor het meerdere geldt de overgangsregeling niet.
Bancaire lijfrente Als u kiest voor een bancaire lijfrente (ook wel banksparen genoemd) zijn de belastingregels van het nieuwe regime van toepassing. Voor een bancaire lijfrente geldt ook bovenstaande tekst, zoals vermeld bij de Tijdelijke Oudedagslijfrente. Daarnaast geldt: Als een bancaire lijfrente eerder ingaat dan het jaar waarin u de AOW-leeftijd bereikt, dan geldt er een minimale termijn voor de uitkeringsperiode.
De minimale termijn is dan 20 jaar, plus het aantal jaren dat u jonger bent dan uw AOW-gerechtigde leeftijd, vanaf het moment dat de eerste uitkering plaatsvindt.
Overbruggings-lijfrente U bepaalt zelf wanneer deze lijfrente ingaat en hoe lang de uitkeringen lopen. Het uitkeringsbedrag is niet aan een maximum bedrag gebonden. Heeft u na 2005 geen stortingen meer gedaan voor uw lijfrente? Dan kunt u het gehele bedrag gebruiken voor een overbruggingslijfrente. Heeft u na 2005 wel stortingen gedaan voor deze lijfrente? Dan kunt u de waarde van de aanspraak op 31 december 2005 gebruiken voor een overbruggingslijfrente. Het meerdere kunt u niet omzetten in een overbruggingslijfrente.

Voor een overbruggingslijfrente geldt het volgende:

• De ingangsdatum van de uitkering is vrij.
• De uitkering loopt uiterlijk tot het jaar waarin uw pensioen ingaat, tot het jaar waarin u 65 wordt of het jaar waarin u de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt (naar keuze)
• De maximale uitkering is bruto € 63.288,- per jaar
• U kunt een overbruggingslijfrente alleen bij een verzekeraar sluiten.
Uitkering ineens (Afkoop) Een uitkering ineens is mogelijk. Maar dit is meestal fiscaal ongunstig. Dat komt omdat u over het ontvangen bedrag in één keer inkomstenbelasting moet betalen. Een uitkering ineens is mogelijk. Maar dit is meestal fiscaal ongunstig. Bij een lijfrentekapitaal tot bruto € 4.316,- (2017) kunt u dit bedrag in één keer laten uitkeren, maar u moet wel inkomstenbelasting betalen. Is het kapitaal hoger, dan moet u naast inkomstenbelasting ook nog revisierente betalen. Deze bedraagt maximaal 20% van de uitkering.

Advies nodig?

Heeft u fiscale of andere vragen? Laat u adviseren en maak een afspraak.

Ik wil advies

Kunnen wij u helpen?


Voormalig Delta Lloyd