Ga direct naar: inhoud

Dit is Anna

Anna (66) is met pensioen. Ze is getrouwd met Gijs, die nog 2 jaar doorwerkt. Anna heeft naast haar AOW ook een werkgeverspensioen. Over 3 maanden komt haar lijfrenteverzekering vrij. Wanneer wil Anna haar eerste uitkering ontvangen, welke looptijd kiest ze en hoe zorgt ze ervoor dat ze niet net in een ander belastingtarief valt?

De plannen van Anna

Anna kiest er voor om de uitkering over twee jaar te laten starten. Dan gaat haar man ook met pensioen. De uitkering uit de lijfrenteverzekering is dan een mooie aanvulling op hun gezamenlijke pensioeninkomen. Ze laat het geld in een zo kort mogelijke tijd uitkeren. Ze let er hierbij op dat ze met de lijfrente uitkering per jaar niet net in een hogere belastingschijf komt. Voor een nieuw regime lijfrente is de mogelijke looptijd van de uitkering 5 tot 20 jaar, als ze start vanaf haar AOW-leeftijd of maximaal 5 jaar later.

De fiscale gevolgen van haar keuze

Over haar AOW- en pensioeninkomen betaalt Anna:
40,8% inkomstenbelasting + 5,4% bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw bijdrage) over de lijfrente uitkeringen.

Belasting 40,8% x € 9.272,- = € 3.782,-
Zvw bijdrage 5,4% x € 9.272,- = + € 500,-
Totaal € 4.282,-

Berekening op basis van de fiscale cijfers 2017 en de rente van maart 2017.

Financiële gegevens

Pensioeninkomen:
€ 35.000,- bruto per jaar (pensioen en AOW)

Gezamenlijk spaargeld:
€ 35.000,-

Opgebouwd lijfrentekapitaal dat nu vrijkomt:
€ 45.000,-

Uitkering lijfrente per jaar
Bij een looptijd van 5 jaar:
€ 9.272,- bruto per jaar

Conclusie

Anna’s pensioeninkomen wordt belast in de derde belastingschijf. Het bedrag van haar lijfrentekapitaal komt daar nog bij. Anna blijft met de uitkering in de derde belastingschijf belast. Haar keuze voor de looptijd van de uitkering heeft in haar geval geen invloed op de belastingschijf.

Tip: let op of de keuze voor de looptijd en daarmee de hoogte van de uitkering niet zorgt voor belasting in een hogere schijf.