Ga direct naar: inhoud

Kifid wijst verzoek Nationale-Nederlanden schorsing klachtzaak af

17 september 2013

Op 13 mei jongstleden heeft het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (Kifid) een tussenuitspraak gedaan in een lopende klachtzaak. Deze tussenuitspraak betreft een zaak met een beleggingsverzekering van Nationale-Nederlanden en gaat tevens over de zogenaamde ‘eerste kosten’. Nationale-Nederlanden heeft op 2 juli jongstleden schorsing aangevraagd bij de Geschillencommissie van het Kifid hangende een uitspraak van het Europese Hof van Justitie in Luxemburg. Deze uitspraak is van belang voor de lopende klachtzaak. De Geschillencommissie van het Kifid heeft vandaag 17 september 2013 besloten dit verzoek af te wijzen.

De definitieve uitspraak van de Geschillencommissie volgt waarschijnlijk later dit jaar, nadat een door de geschillencommissie benoemde deskundige zich over specifieke aspecten van de zaak heeft uitgelaten.
Nationale-Nederlanden is het niet eens met de tussenuitspraak van 13 mei jongstleden en overweegt na de einduitspraak hoger beroep aan te tekenen bij de beroepscommissie van het Kifid of de zaak aanhangig te maken bij de civiele rechter.

Over de Europese zaak

Om duidelijkheid te verkrijgen over de verplichting tot informatieverstrekking bij beleggingsverzekeringen in het verleden, heeft de Rechtbank Rotterdam op verzoek van partijen waaronder Nationale-Nederlanden prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie in Luxemburg.
Een van de rechtsvragen rond de informatieverstrekking bij beleggingsverzekeringen is of het Europese recht aan de Nederlandse rechter ruimte laat om –op basis van algemene beginselen van contractenrecht (zoals redelijkheid en billijkheid)- te oordelen dat verzekeraars verdergaande informatie over kosten hadden moeten verstrekken dan was voorgeschreven in de Nederlandse wet- en regelgeving ter uitvoering van de Europese regelgeving over informatieverstrekking bij levensverzekeringen.

Het is van belang om duidelijkheid te krijgen over deze rechtsvraag die speelt in de discussie over de informatieverstrekking bij beleggingsverzekeringen. Het Europese Hof is de enige instantie die hier antwoord op kan geven en zal naar verwachting medio 2014 uitspraak doen.

De procedure bij het Europese Hof van Justitie heeft geen gevolgen voor de Tegemoetkomingsregeling of de aanvullende maatregelen van het flankerend beleid. Daarmee zijn de maatregelen in lijn met de ‘best of class’ wensen van de minister van Financiën.

Communicatie klanten

Nationale-Nederlanden heeft de afgelopen jaren reeds op diverse manieren via bijvoorbeeld advertenties, brieven en bijeenkomsten, polishouders gewezen op hun beleggingsverzekering en het kosteloos overstappen naar een ander product. Onze klanten worden voor teveel betaalde kosten in het verleden gecompenseerd en met flankerend beleid zijn aanvullend een aantal verbeteringen doorgevoerd.

Klanten die in een kwetsbare situatie zitten met hun beleggingsverzekering worden persoonlijk benaderd. In de eerste helft van dit jaar is Nationale-Nederlanden hiermee gestart en het streven is om een groot deel van deze polishouders voor het einde van dit jaar gebeld te hebben. In deze gesprekken krijgen polishouders uitleg over de bestaande mogelijkheden van flankerend beleid en worden ze geholpen met het kosteloos overstappen. Daarnaast zal Nationale-Nederlanden tussenpersonen blijven wijzen op hun adviesrol en de noodzakelijke begeleiding van de polishouders.