Ga direct naar: inhoud

Het ABC van beleggen

24 oktober 2018

De beleggingswereld kent haar eigen taalgebruik. Als u zich hier wat meer in wil verdiepen, helpen we u met dit ABC graag op weg. We hebben een aantal veelvoorkomende termen voor u op een rij gezet.

A

AAA
Triple A (AAA) is de benaming voor de maximale kredietwaardigheid (of het laagste kredietrisico) van een bedrijf of een lening. Kredietwaardigheidsoordelen (credit ratings) worden uitgegeven door rating agencies zoals Moody’s en Standard & Poor’s.

Aandeelhouder
Een aandeelhouder is eigenaar van een of meerdere aandelen en dus mede-eigenaar van de uitgevende onderneming. Een aandeelhouder kan door zijn stemrecht invloed uitoefenen tijdens de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.

Aandeel
Een aandeel is een bewijs van deelname in het kapitaal van een onderneming. Het bezit van een aandeel geeft het recht om te delen in de winst van de onderneming (in de vorm van dividend) en geeft stemrecht tijdens de aandeelhoudersvergadering (AVA).

Aandelenfonds
Een aandelenfonds is een beleggingsfonds dat alleen belegt in aandelen.

Aanwijzing (assignment)
Aanwijzing (assignment) houdt in dat de houder van een optie zijn recht uitoefent. Degene die de optie heeft ‘geschreven’ wordt aangewezen om aan zijn verplichting te voldoen. Dus het afnemen (bij een putoptie) of leveren (bij een calloptie) van de onderliggende waarde.

Achtergestelde obligatie
Een achtergestelde obligatie is een lening die na een faillissement pas wordt terugbetaald nadat aan alle andere schuldverplichtingen is voldaan. De risico’s zijn dus groter dan van een gewone obligatie en de rente is daardoor meestal hoger.

Actief beheer
Bij actief beheer van een beleggingsfonds probeert de fondsbeheerder door een actief beleggingsbeleid te voeren een beter rendement te behalen dan de benchmark. Het tegenovergestelde van actief beheer is passief beheer.

AEX
AEX is de afkorting van Amsterdam Exchanges Index. Dit is een index van de 25 grootste beursgenoteerde fondsen op de Amsterdamse effectenbeurs en geeft aan hoe goed de grootste Nederlandse bedrijven het doen.

Afgeleide producten
Afgeleide producten of derivaten zijn financiële instrumenten waarvan de prijs is afgeleid van een bestaande onderliggende waarde, zoals aandelen, valuta of grondstoffen. Het zijn meestal rechten of plichten om die onderliggende waarde te kopen of te verkopen. Voorbeelden hiervan zijn opties, futures en warrants.

Afloopdatum
De afloopdatum is de datum waarop een optie of een future afloopt. Dit wordt ook wel de expiratiedatum genoemd.

AFM
AFM is de afkorting voor Autoriteit Financiële Markten. De AFM houdt gedragstoezicht op partijen die actief zijn op de financiële markten, zoals banken en beleggers. Gedragstoezicht houdt in dat erop toegezien wordt dat partijen correct handelen en hun partners van de juiste informatie voorzien.

AMX
AMX is de afkorting voor Amsterdam Midkap Index. Dit is een index van de 25 fondsen die de grootste beurswaarde vertegenwoordigen op de Amsterdamse effectenbeurs, na de fondsen in de AEX. Deze index wordt in ook wel de midkap genoemd.

Asset allocatie
De asset allocatie geeft de verdeling weer van het belegde vermogen over de verschillende beleggingscategorieën, zoals aandelen, obligaties, vastgoed, grondstoffen en liquide middelen.

At-the-money
Een optie is at-the-money als de uitoefenprijs vrijwel gelijk is aan de actuele koers van de onderliggende waarde.

AVA
AVA is de afkorting van Algemene Vergadering van Aandeelhouders. Beursgenoteerde ondernemingen zijn verplicht om minstens eenmaal per jaar een Algemene Vergadering van Aandeelhouders te houden.

B

Basispunt
Een basispunt is een honderdste procentpunt (0,01%).

Bear market
Er wordt gesproken over een ‘bear market’ als gedurende een langere periode de aandelenkoersen dalen. Dit komt meestal voor als beleggers anticiperen op een teruglopende economische activiteit. Bij obligaties kan een ‘bear market’ ontstaan door het stijgen van de rente. Dan is het interessanter om te sparen dan te beleggen.

Het tegenovergestelde van een ‘bear market’ is een ‘bull market’. De verwijzing naar een beer en stier komt van een beer die zijn prooi omlaag slaat met zijn klauw bij een aanval en een stier die dan juist een opwaartse beweging maakt met zijn hoorns.

Beheervergoeding
De beheervergoeding is de vergoeding die een fondsbeheerder in rekening brengt voor het beheren van het beleggingsfonds. Deze vergoeding wordt ook wel management fee genoemd en wordt meestal uitgedrukt als een percentage van het totale vermogen van het beleggingsfonds.

Beleggingsfonds
In een beleggingsfonds wordt het ingelegde geld van verschillende beleggers samengevoegd, belegd en beheerd door fondsmanagers. Een fonds kan beleggen in verschillende soorten activa, zoals aandelen, vastrentende waarden of onroerend goed, of in een combinatie hiervan. De beleggingen worden gespreid over verschillende bedrijven en sectoren. Beleggen in een fonds is daardoor meestal  minder  risicovol.

Beleggingshorizon
De beleggingshorizon is de totale duur van de periode waarin u wilt beleggen.

Beleggingsportefeuille
Een beleggingsportefeuille is  het totaal aan beleggingen van een particulier of onderneming.

Beleggingsprofiel
Een beleggingsprofiel geeft aan welk type belegger iemand is en welke beleggingsfondsen het beste bij iemand passen. Elk beleggingsprofiel heeft een specifieke verhouding tussen beleggen in zakelijke waarden zoals aandelen en vastrentende waarden zoals obligaties.

Beleidsrente
Dit is de kortetermijnrente die een centrale bank rekent voor haar transacties met commerciële banken. In de eurozone wordt de beleidsrente bepaald door de Europese Centrale Bank (ECB) en in de Verenigde Staten door de Federal Reserve (Fed).

Benchmark
De benchmark is een maatstaf waarmee de prestaties van een beleggingsportefeuille worden vergeleken. Een positief resultaat ten opzichte van de benchmark betekent dat de beleggingsportefeuille het relatief goed heeft gedaan. De benchmark die Nationale-Nederlanden Bank hanteert voor Beheerd Beleggen is samengesteld uit meerdere indices.

Beurs
De beurs is een afkorting voor de effectenbeurs. Dit is een plek of organisatie waar effecten zoals aandelen, opties, futures of obligaties worden verhandeld.

Biedkoers
De biedkoers is de prijs die beleggers bereid zijn te betalen om een bepaald financieel instrument te kopen.

Blue chip
Blue chip aandelen zijn aandelen van grote, bekende ondernemingen met een betrouwbaar imago. De bijnaam verwijst naar de blauwe fiches bij Poker, die de hoogste waarde vertegenwoordigen.

BoJ
Dit is de afkorting voor de Bank of Japan. Dit is de Japanse Centrale Bank en is verantwoordelijk voor het monetaire beleid van Japan (vergelijkbaar met de ECB en de FED).

Bull market
Er wordt gesproken over een ‘bull market’ als de koersen een stijgende trend laten zien, met de verwachting dat deze trend door zal gaan.

Het tegenovergestelde van een ‘bull market’ is een ‘bear market’. De verwijzing naar een beer en stier komt van een beer zijn prooi omlaag slaat met zijn klauw bij een aanval en een stier die dan juist een opwaartse beweging maakt met zijn hoorns.

C

Calloptie
Een calloptie is het recht om op een bepaald moment in de toekomst een onderliggende waarde (bijvoorbeeld een aandeel) te kopen tegen een vooraf afgesproken prijs. Dit recht is verhandelbaar; de houder van dit recht kan dit recht kopen en verkopen. Het verkopen van een optie noemen we ook wel 'schrijven'.

Cash dividend
Bij cash dividend vindt de uitkering van dividend plaats in de vorm van geld. De tegenhanger is stock dividend: dividend dat uitgekeerd wordt in aandelen.

Cash settlement
Bij een cash settlement vindt de verrekening van derivaten, zoals opties en futures, plaats in geld, in plaats van levering van de onderliggende waarden. Een andere benaming is ‘contante verrekening’.

Centrale bank
De centrale bank fungeert als bank van de banken. Ze beheert ook de deviezenreserve, zorgt voor uitgifte van bankbiljetten en bepaalt de rente en het monetaire beleid. In Nederland is dit De Nederlandsche Bank (DNB).

Claimemissie
Bij een claimemissie krijgen bestaande aandeelhouders een voorkeursrecht bij de uitgifte van nieuwe aandelen. Deze voorkeursrechten worden claims genoemd en  zijn op de beurs verhandelbaar.

Convertible
Een convertible of converteerbare obligatie is een obligatie die onder bepaalde voorwaarden door de belegger kan worden omgewisseld in aandelen van dezelfde onderneming. De onderneming die de obligatie uitgeeft bepaalt deze voorwaarden.

Coupon
Een coupon is het deel van een obligatie of aandeel dat tegen inlevering recht geeft op rente danwel dividend.

Credit rating
Een credit rating of kortweg rating is de beoordeling die een kredietbeoordelaar zoals Fitch, Moody’s of Standard & Poor’s geeft aan een onderneming of een land. Meestal wordt een rating uitgedrukt met een lettercombinatie, waarbij AAA (triple A) de hoogste rating is.

D

Daytrading
Bij daytrading worden gedurende de beursdag beleggingen gekocht en verkocht. Het doel is om  te profiteren van prijsfluctuaties tijdens de handelsdag. Bij het sluiten van de beurs, aan het eind van de dag, wil men geen beleggingen meer in bezit hebben.

Deflatie
Er is sprake van deflatie als het algemene prijspeil aanhoudend een dalende trend laat zien.

Derivaten
Derivaten of afgeleide producten zijn financiële instrumenten waarvan de prijs is afgeleid van een bestaande onderliggende waarde, zoals aandelen, valuta of grondstoffen. Het zijn meestal rechten of plichten om die onderliggende waarde te kopen of te verkopen. Voorbeelden hiervan zijn opties, futures en warrants.

Developed markets
Met developed markets worden de landen aangeduid die de hoogste posities innemen op de Human Development Index. Dit is een lijst die jaarlijks door de Verenigde Naties wordt gepubliceerd. De score wordt bepaald door indicatoren zoals scholing, inkomen per inwoner, levensverwachting, veiligheid en milieu. Het zijn vooral westerse landen die in de top-20 van deze lijst staan. Men spreekt ook wel over ‘developed countries’ of ‘developed economies’ genoemd.

Dividend
Dividend is de winst die een onderneming uitkeert aan de aandeelhouders. Vaak wordt er één keer per jaar dividend uitgekeerd. Sommige bedrijven doen dit twee of zelfs vier keer. De hoogte van het dividend hangt af van de bedrijfswinst. Dividend kan contant (cash dividend) worden uitgekeerd of in de vorm van aandelen (stock dividend).

Dividendbelasting
Dividendbelasting is een belasting die wordt ingehouden op het uitgekeerde dividend.

Dividendrendement
Het dividendrendement geeft het uitgekeerde dividend aan als percentage van de koers van het aandeel. Bijvoorbeeld bij € 3,00 dividend en een koers van € 60,00 is het dividendrendement 5%.

DNB
DNB is de afkorting van De Nederlandsche Bank. Dit is de centrale bank van Nederland en heeft als hoofddoelstelling het creëren van financiële stabiliteit. Ook is DNB toezichthouder op het betalingsverkeer en op de soliditeit en integriteit van financiële instellingen.

Dow Jones Index
De Dow Jones Index is de oudste aandelenindex ter wereld en de bekendste graadmeter van de Amerikaanse aandelenbeurs. Officieel heet deze index de Dow Jones Industrial Average Index. Vaak wordt dit afgekort tot simpelweg Dow Jones. De index wordt berekend op basis van de aandelenkoersen van 30 toonaangevende bedrijven, zoals Coca-Cola en Boeing.

Duurzaam beleggen
Met duurzaam beleggen wordt bedoeld het beleggen in ondernemingen die bewust rekening houden met de gevolgen van hun beleid op mens, milieu en maatschappij.

E

ECB
De ECB is de Europese Centrale Bank. De Europese Centrale Bank is als het ware de baas van de nationale banken in de Euro-landen, waaronder De Nederlandsche Bank (DNB). De belangrijkste taak van de ECB is het handhaven van de koopkracht van de euro.

Effecten
Effecten is de verzamelnaam voor alle verhandelbare beleggingen op een effectenbeurs zoals aandelen, obligaties, opties en futures.

Emerging markets
Emerging markets of ‘opkomende landen’ zijn landen met een snel groeiende economie.

Bekend voorbeeld zijn de zogenaamde BRIC-landen: Brazilië, Rusland, India en China. Nieuwere voorbeelden zijn Thailand, Indonesië en Turkije.

Emissie
Een emissie is de uitgifte van nieuwe effecten zoals aandelen of obligaties door een onderneming. Met de opbrengst wordt de onderneming gefinancierd. Deze effecten kunnen ook genoteerd worden aan een effectenbeurs.

Essentiële beleggersinformatie
De essentiële beleggersinformatie (Ebi) is een verplicht document dat inzicht geeft in de aard en risico’s van het aangeboden beleggingsfonds.

ETF (tracker)
ETF is de afkorting van Exchange Traded Funds. Dit zijn beleggingsfondsen die als doel hebben om de koers van een onderliggende waarde (zoals een index) zo goed mogelijk te volgen. Deze fondsen worden ook wel trackers genoemd. ETF’s zijn doorlopend verhandelbaar tijdens de openingsuren van de beurs. Daarin wijken ETF’s af van indexfondsen, die slechts één keer per dag aan- of verkocht kunnen worden.

Euronext Amsterdam
Euronext Amsterdam is de effectenbeurs in Amsterdam.

Ex-dividend
Een aandeel gaat ‘ex-dividend’ op de beursdag na de aandeelhoudersvergadering waarop de dividenduitkering wordt vastgesteld. Het aandeel noteert dan tegen een lagere koers; de waarde van het dividend is van de koers afgehaald. Beleggers die het aandeel op de ex-dividenddatum aanschaffen hebben geen recht meer op het dividend.

Execution only
Bij execution only beleggen voert een bank of commissionair alleen orders uit voor een klant. De belegger neemt zijn beleggingsbeslissingen zelfstandig en krijgt hierover geen advies.

Exercise
Met exercise wordt het uitoefenen (to exercise) van een optierecht bedoeld. Bij een calloptie is dit het recht om de onderliggende waarde, zoals aandelen, op de afloopdatum te kopen tegen de uitoefenprijs. Bij een putoptie is dit het recht om de onderliggende waarde op de afloopdatum tegen de uitoefenprijs te verkopen.

Expiratiedatum
De expiratiedatum is de datum waarop een optie afloopt (expireert). De aan de optie verbonden rechten kunnen tot dat moment worden uitgeoefend.

F

Fed
Fed is de informele naam voor het Federal Reserve System. Dit is de centrale bank van de Verenigde Staten en houdt zich voornamelijk bezig met de groei van de Amerikaanse economie. Het bestaat uit 12 districten met een eigen centrale bankkantoor, met daarboven een Board of Governors. De Fed is vergelijkbaar met de ECB in Europa.

Fondsbeheerder
Met fondsbeheerder wordt de organisatie, het beleggingsteam of de persoon bedoeld die verantwoordelijk is voor het beleggingsbeleid van een beleggingsfonds. De term wordt ook wel gebruikt om fondshuizen zoals BlackRock aan te duiden.

Freeze
Er is sprake van een ‘freeze’ als de handel in een fonds voor korte tijd wordt stilgelegd. Bijvoorbeeld als er zich bij een fonds grote koersschommelingen voordoen.

Frontier markets
Frontier markets zijn markten die zich in een vroeg stadium van economische ontwikkeling bevinden. Ze behoren nog niet tot de meer ontwikkelde 'emerging markets'.

FTSE 100 index
De FTSE 100 index is de hoofdindex van de Londense beurs, de London Stock Exchange. FTSE staat voor Financial Times Stock Exchange en wordt vaak uitgesproken als ‘foetsie’.

Future
Een future (termijncontract) is een beursgenoteerd afgeleid financieel instrument waarbij sprake is van een hefboomeffect. Een future geeft de plicht een bepaalde onderliggende waarde, veelal een index of valuta op een bepaald moment in de toekomst te kopen of verkopen. De prijs van die onderliggende waarde wordt op het moment van vastleggen al bepaald. Door het hefboomeffect is het mogelijk om snel geld te verdienen, maar ook te verliezen (zelfs meer dan de oorspronkelijke inleg).

G

Geldmarktfonds
Een geldmarktfonds bestaat uit kortlopende leningen en is een alternatief voor cash.

Goud
Goud is een bijzonder edelmetaal en staat al eeuwenlang bekend als bijzonder waardevol.

Groei aandelen
Groei aandelen (growth aandelen) zijn aandelen van ondernemingen waarvan beleggers o.a. een bovengemiddelde omzet- en winstgroei verwachten. Het dividendrendement is meestal laag.

H

Hedge fund
Een hedge fund (hedgefonds) streeft naar een positief rendement, ongeacht de richting van de beurs. Het fonds staat meestal open voor een beperkt aantal investeerders en er kan een groter aantal strategieën met doorgaans meer risico worden gebruikt dan bij meer traditionele beleggingsfondsen.

Hefboomwerking
Derivaten zoals opties en futures kennen een hefboomwerking. Hiermee wordt bedoeld dat de mogelijke winst op derivaten procentueel hoger kan zijn dan de mogelijke winst op de onderliggende waarde. Bij een lagere investering is er namelijk evenveel kans op winst. Dit effect wordt de hefboomwerking genoemd.

Herbeleggen
Bij herbeleggen wordt het dividend van een beleggingsfonds herbelegd in het fonds. Het dividend wordt niet uitgekeerd in contanten, maar het dividend wordt in de vorm van deelnemingsrechten van het beleggingsfonds uitgekeerd. Door de uitgifte van deze nieuwe deelnemingsrechten, neemt de intrinsieke waarde van het fonds toe.

High yield obligaties
High yield obligaties of ‘hoogrentende obligaties’ zijn obligaties van ondernemingen met een relatief lage rating. Vanwege het hogere risico kennen deze obligaties een verhoudingsgewijs hoger rendement (yield). Deze obligaties worden ook 'junk bonds' genoemd.

I

IMF
Het Internationale Monetaire Fonds (IMF) is een gespecialiseerde organisatie van de Verenigde Naties die de stabiliteit van het internationale monetaire systeem in de gaten houdt. De belangrijkste doelstellingen van het IMF zijn: het bevorderen van wisselkoersstabiliteit en een vrij internationaal betalingsverkeer, het voorzien in de behoefte aan internationale liquiditeiten en het verlenen van financiële steun aan lidstaten die problemen hebben met hun betalingsbalans.

Index
Een index is een verzameling van aandelen of andere onderliggende waarden. De index wordt zodanig samengesteld dat die een  indicatie geeft van een bepaalde markt. Voorbeelden van bekende indices zijn de AEX-index en de Dow Jones index.

Indexbeleggen
Er is sprake van indexbeleggen als men de samenstelling van een bepaalde index volgt, met als doel een vergelijkbaar rendement als deze index te behalen. Dit wordt ook wel passief beleggen genoemd.

Indexfonds
Een indexfonds is een ‘tracker’ in de vorm van een beleggingsfonds, met als doel om de koers van een index zo goed mogelijk te volgen. Een indexfonds kent slechts één handelsmoment per beursdag. Daarin wijken indexfondsen af van ETF’s, die doorlopend verhandelbaar zijn tijdens de openingsuren van de beurs.

Inflatie
Er is sprake van inflatie (ook wel: geldontwaarding) als het algemene prijspeil aanhoudend een stijgende trend laat zien. Een lichte inflatie is goed voor de economie. De Europese Centrale Bank streeft er bijvoorbeeld naar om de inflatie in de eurozone dicht bij, maar net iets onder de 2% op jaarbasis te houden.

In-the-money
Een optie is in-the-money als de uitoefenprijs van een calloptie lager is dan de koers van de onderliggende waarde. Bij een putoptie geldt het omgekeerde.

Institutionele belegger
Een institutionele belegger is een grote instelling die beroepsmatig belegt met geld van derden, zoals beleggingsfondsen, pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen.

Interimdividend
Interimdividend is een tussentijds uitbetaald dividend en wordt uitgekeerd uit de winst van het lopende boekjaar.

Intrinsieke waarde
De intrinsieke waarde is het verschil tussen de prijs van de onderliggende waarde van een optie en de uitoefenprijs van een optie.

IPO
IPO is de afkorting van Initial Public Offering en verwijst naar de situatie waarin een bedrijf voor het eerst naar de beurs gaat. Het gaat dus om de eerste uitgifte van aandelen op een effectenbeurs.

J

Joint venture
Een joint venture is een samenwerkingsverband tussen twee of meer ondernemingen. De samenwerking kan zowel eenmalig als blijvend zijn.

Junk bond
Junk bonds zijn obligaties van ondernemingen met een relatief lage rating. Vanwege het hogere risico kennen deze obligaties een verhoudingsgewijs hoger rendement (yield). Deze obligaties worden ook high yield obligaties of hoogrentende obligaties genoemd.

K

Koers
De koers is de marktprijs waarvoor een financieel instrument zoals een aandeel of een obligatie op de beurs wordt verhandeld. De koers komt tot stand door de verhouding tussen vraag en aanbod en is daarom steeds in beweging.

Koersrisico
Het koersrisico is het risico dat een belegger loopt op een koersdaling van het effect waarin hij heeft belegd, waardoor hij verlies lijdt.

Koersverlies
Er is sprake van koersverlies bij een dalende koers.

Koerswinst
Er is sprake van koerswinst bij een stijgende koers.

Koers-winstverhouding
De koers-winstverhouding (of price-to-earnings ratio) is de verhouding tussen de koers van een aandeel en de nettowinst van een aandeel. Deze verhouding geeft beleggers een indicatie of een aandeel relatief duur of juist relatief goedkoop is. Ook is het een manier om aandelen onderling of met het gemiddelde in een bepaalde sector te vergelijken.

Korte rente
De korte rente is de rente op leningen met een looptijd korter dan 1 jaar.

L

Laatkoers
De laatkoers is de prijs waartegen de verkoper bereid is een bepaalde belegging te verkopen.

Lange rente
De lange rente is de rente op leningen met een looptijd vanaf 1 jaar. Vaak wordt hierbij de 10-jaars rente bedoeld.

Large caps
Large caps is de benaming voor aandelen van ondernemingen met een beurswaarde (aantal aandelen maal de beurskoers) van meer dan € 10 miljard.

Long gaan
Er is sprake van ‘long gaan’ of het hebben van een ‘long positie’ als een belegger een positie in aandelen, opties of andere effecten inneemt waarmee men speculeert op een stijging van de koers. Het tegenovergestelde is ‘short gaan’, waarmee men speculeert op een koersdaling .

Looptijd
De looptijd is de periode waarin financiële instrumenten met een beperkte levensduur (zoals obligaties, opties en futures) verhandelbaar zijn.

M

Midkap (AMX)
De Midkap is een index die is gebaseerd op de 25 fondsen die na de AEX-fondsen de grootste beurswaarde vertegenwoordigen op de Amsterdamse effectenbeurs. Deze index staat ook wel bekend als de AMX (Amsterdam Midkap Index).

MiFID
MiFID is de afkorting voor Markets in Financial Instruments Directive. Dit is een Europese richtlijn om beleggers te beschermen en de transparantie en efficiëntie van de Europese financiële markten te bevorderen en te waarborgen. MiFID I is in 2007 in werking getreden. MiFID II is een in 2018 in werking getreden aanscherping op de richtlijn MiFID I.

Mixfonds
Een mixfonds is een beleggingsfonds dat in aandelen, obligaties en vastgoedaandelen belegt.

Modelportefeuille
De modelportefeuille is de beleggingsportefeuille die een vermogensbeheerder samenstelt op basis van haar marktvisie en beleid. Er wordt voor elk beleggingsprofiel een modelportefeuille samengesteld.

Morningstar
Morningstar is een onafhankelijke instelling die beleggingsfondsen classificeert. Zij gebruiken twee soorten ratings: kwalitatieve en kwantitatieve. Met deze ratings is het mogelijk om beleggingsfondsen met elkaar te vergelijken. De kwantitatieve rating werkt met sterren en wordt ook wel de Morningstar rating genoemd. De kwalitatieve rating werkt met beoordelingen en wordt ook wel de Analyst rating genoemd.

MSCI
MSCI is de afkorting van Morgan Stanley Capital International Index. Dit een reeks van indices (zoals de MCSI World index) die vaak als benchmark worden gebruikt.

N

Nasdaq
Nasdaq is de afkorting van National Association of Securities Dealers Automated Quotations. Op deze Amerikaanse beurs worden vooral aandelen van technologiebedrijven zoals Microsoft, Apple en Intel verhandeld. Het is een van de grootste beurzen ter wereld en een bekende index.

Nikkei
De Nikkei is de index op de Japanse beurs (Tokyo Stock Exchange) en omvat de 225 grootste ondernemingen van Japan. Dit zijn onder andere Canon, Honda, Sony en Toyota.

Nominale waarde
De nominale waarde is de waarde die vermeld staat op een waardepapier zoals een aandeel of een obligatie. De nominale waarde wijkt gewoonlijk af van de koers.

NYSE
NYSE is de afkorting van New York Stock Exchange. De NYSE is de grootste effectenbeurs ter wereld en wordt ook vaak simpelweg ‘Wall Street’ genoemd.

O

Obligatie
Een obligatie is een lening die wordt uitgegeven door ondernemingen (bedrijfsobligaties) of overheden (meestal staatsobligaties) met als doel om financiële middelen aan te trekken. Obligaties keren vaak jaarlijks een vast bedrag uit aan rente. Dit wordt ook wel coupon op couponrente genoemd.

Onderliggende waarde

De onderliggende waarde is het soort effect waar een derivaat betrekking op heeft. Dit kunnen bijvoorbeeld aandelen, indices, valuta of grondstoffen zijn.

Onderwegen
‘Onderwegen’ is een bewuste keuze om minder in bepaalde aandelen, sectoren of landen te beleggen dan in de benchmark. Het tegenovergestelde is ‘overwegen’.

OPEC
OPEC is de afkorting van Organisation of Petroleum Exporting Countries. Dit is een samenwerkingsverband van 14 olie-exporterende landen. Door meer of minder olie te produceren kan de OPEC de olieprijs sturen. Bekende OPEC landen zijn Saudi Arabië, Iran en Koeweit. De Verenigde Staten, Noorwegen en Rusland produceren ook veel olie maar zijn geen lid van de OPEC.

Openingskoers
De openingskoers is de eerste koers van een financieel instrument op een handelsdag.    

Opkomende landen
Opkomende landen zijn landen met een snel groeiende economie. Ze worden ook wel 'emerging markets' genoemd. Bekend voorbeeld zijn de zogenaamde BRIC-landen: Brazilië, Rusland, India en China. Nieuwere voorbeelden zijn Thailand, Indonesië en Turkije.

Optie
Een optie is een afgeleid beleggingsproduct dat het recht geeft om op een bepaald moment in de toekomst een onderliggende waarde (bijvoorbeeld een aandeel) te kopen of te verkopen tegen een vooraf afgesproken prijs. Dit recht is verhandelbaar. Opties kennen een hefboomwerking, waardoor de koper van een optie met een kleine investering een groot rendement kan worden behaald. De investering kan echter ook sneller in waarde dalen, waardoor de belegger zijn gehele inleg kwijt kan raken of de onderliggende waarde moet leveren tegen een lagere prijs dan de dan geldende koers van de onderliggende waarde.

Optiepremie
De optiepremie is de prijs die de koper van een optie betaalt. Deze prijs is variabel en bestaat uit de intrinsieke waarde en de tijdswaarde. Onder andere de uitoefenprijs van de optie, de koers van de onderliggende waarde, het dividend en de looptijd zijn van invloed op de optiepremie.

Out-of-the-money
Een optie is out-of-the-money als de uitoefenprijs van een calloptie hoger is dan de koers van de onderliggende waarde. Bij een putoptie geldt het omgekeerde.

Overwegen
‘Overwegen’ is in beleggerstermen de bewuste keuze om meer in bepaalde aandelen, sectoren of landen te beleggen dan  de benchmark. Het tegenovergestelde is ‘onderwegen’.

P

Passief beleggen
Er is sprake van passief beleggen als men exact de samenstelling van een bepaalde benchmark volgt, met als doel een vergelijkbaar rendement als deze benchmark te behalen. Dit wordt ook wel indexbeleggen genoemd.

Perpetual
Een perpetual is een obligatie zonder einddatum. Letterlijk betekent perpetual eeuwigdurend.

Prospectus
Een prospectus is verplicht voor elke onderneming of beleggingsfonds die een beursnotering overweegt. Dit document is bedoeld om potentiële beleggers zich een beeld te laten vormen van de onderneming en de komende emissie.

Putoptie
Een putoptie is het recht om op een bepaald moment in de toekomst een onderliggende waarde (bijvoorbeeld een aandeel) te verkopen tegen een vooraf afgesproken prijs. Dit recht is verhandelbaar; de houder van dit recht kan dit recht kopen en verkopen. De koper van een putoptie speculeert dus op een koersdaling.

R

Rating
Een rating is de beoordeling die een kredietbeoordelaar zoals Fitch, Moody’s en Standard & Poor’s geeft aan een onderneming of een land. Meestal wordt een rating uitgedrukt met een lettercombinatie, waarbij AAA (triple A) de hoogste rating is.

Recessie
Een recessie is een periode van economische achteruitgang. Er is sprake van een recessie als de negatieve groei twee kwartalen achter elkaar aanhoudt.

Rendement
Rendement is de gemaakte winst (of het verlies) op beleggingen over een bepaalde periode. Dit kan zowel in absolute bedragen als procentueel worden uitgedrukt.

Reverse Convertible
Een reverse convertible is een obligatie waarbij de uitgevende partij op een vooraf bepaald moment bepaalt of de obligatie wordt uitbetaald in geld of in aandelen. Dit in tegenstelling tot een converteerbare obligatie, waarbij de belegger mag kiezen hoe er wordt uitbetaald.

Risico
Wie gaat beleggen loopt altijd risico. Wie geen risico wil lopen, kan dus beter niet beleggen. Een vaak gehanteerde stelregel is bovendien om alleen te beleggen met geld dat men (voorlopig) niet nodig heeft.

Risico-opslag
De risico-opslag wordt ook wel de ‘spread’ genoemd. Dit is het verschil tussen de rente op overheidsobligatie en een ander type obligatie. Op bijvoorbeeld hoogrentende obligaties moet doorgaans meer rente betaald worden dan op obligaties van overheden.

Risk-on / Risk-off
Met de begrippen risk-on en risk-off wordt een situatie bedoeld waarin beleggers het risico in hun beleggingsportefeuille verhogen (risk-on) of verlagen (risk-off).

S

S&P 500 index
De S&P 500 index is een aandelenindex die wordt samengesteld door kredietbeoordelaar Standard & Poor's. Deze index bevat de 500 grootste Amerikaanse bedrijven. De S&P 500 index hoort samen met de Dow Jones Industrial Average index tot de bekendste beursbarometers ter wereld.

SEC
SEC is de afkorting van Securities & Exchange Commission. Dit is een Amerikaanse overheidsinstantie die toezicht houdt op de handel in effecten op de Amerikaanse beurzen.

Short gaan
Er is sprake van ‘short gaan’ of het hebben van een ‘short positie’ als een belegger een positie in aandelen, opties of andere effecten inneemt waarmee men speculeert op een daling van de koers. Het tegenovergestelde is ‘long gaan’, waarmee men speculeert op een koersstijging.

 Slotkoers
 De slotkoers is de laatste koers van een bepaald effect bij de sluiting van een handelsdag.

Small caps
Small caps is de benaming voor aandelen van ondernemingen met een relatief kleine beurswaarde (aantal aandelen maal de beurskoers). De beurswaarde ligt dan meestal tussen € 300 miljoen en € 2 miljard.

Spread
De spread is het verschil tussen de bied- en de laatprijs van een financieel instrument of het verschil tussen de rente van verschillende soorten obligaties.

Stockdividend
Stockdividend is dividend dat wordt uitgekeerd in de vorm van aandelen.

Straddle
Een straddle is een constructie waarbij een belegger tegelijkertijd een calloptie en een putoptie met dezelfde afloopmaand, uitoefenprijs en onderliggende waarde koopt of schrijft. Een straddle wordt ingezet om in te spelen op een verwachte sterke beweeglijkheid van de koersen in een willekeurige richting (long straddle) of om in te spelen op een verwachte stabilisering van de koersen (short straddle).

Strangle
Een strangle is een constructie waarbij een belegger tegelijkertijd een calloptie en een putoptie met dezelfde afloopmaand en onderliggende waarde, maar met verschillende uitoefenprijzen koopt of schrijft. Ten opzichte van een straddle zijn de opbrengsten voor de schrijver van een strangle (en de kosten voor de koper van een strangle) beperkt.

T

Technische analyse
Bij technische analyse probeert een belegger op basis van koersgrafieken en andere marktdata het toekomstige koersverloop van een effect te voorspellen.

Tracker (ETF)
Een tracker is een beleggingsfonds dat als doel heeft om de koers van een onderliggende waarde (zoals een index) zo goed mogelijk te volgen. Deze fondsen worden ook wel ETF’s (Exchange Traded Funds) genoemd. ETF’s zijn doorlopend verhandelbaar tijdens de openingsuren van de beurs. Daarin wijken ETF’s af van indexfondsen, die slechts één keer per dag aan- of verkocht kunnen worden.

Turbo
Een turbo (ook wel ‘sprinter’ of ‘speeder’ genoemd) is een beleggingsproduct dat het voor beleggers mogelijk maakt om met een hefboomeffect te beleggen in een onderliggende waarde. Dit kunnen bijvoorbeeld aandelen, indices, valuta, obligaties of grondstoffen zijn. Bij een turbo kan nooit meer verlies worden gemaakt dan de oorspronkelijke inleg, zoals bij futures wel het geval is. Uitgevers van turbo’s zijn onder andere RBS, ING, Commerzbank en Citigroup.

U

Uitoefenen
Uitoefenen is het gebruiken van het recht op koop bij een calloptie en het recht op verkoop bij een putoptie.

Uitoefenprijs
De uitoefenprijs van een optie is de koers waartegen de houder van de optie op de afloopdatum de onderliggende waarde kan kopen (calloptie) of verkopen (putoptie).

V

Valutarisico
Valutarisico is het risico dat een belegger loopt doordat valutaschommelingen het rendement negatief kunnen beïnvloeden.

Vastrentende waarden
Vastrentende waarden zijn beleggingen waarop gedurende de gehele looptijd een vast bedrag aan rente wordt uitgekeerd. De volledige hoofdsom wordt terugbetaald op de vervaldatum. Vaak zijn dit obligaties.

VEB
VEB is de afkorting van Vereniging van Effectenbezitters. Deze vereniging behartigt de belangen van beleggers.

Vermogensbeheer
Bij vermogensbeheer geeft de eigenaar van een vermogen het beheer in handen van een gespecialiseerde belegger, de vermogensbeheerder. Zij spreken van tevoren met elkaar af hoeveel risico er genomen mag worden om het vermogen te laten groeien. Een vermogensbeheerder belegt het vermogen vaak in meerdere soorten financiële instrumenten zoals aandelen, obligaties en ETF’s (trackers).

Volatiliteit
Volatiliteit is een term die gebruikt wordt om de beweeglijkheid van de koers van een effect aan te geven. De koersen zijn tenslotte altijd in beweging en gaan zowel omhoog als omlaag. Bij een stabiele koers spreekt men van een lage volatiliteit. Een hoge volatiliteit betekent dat de koers van het effect juist sterk beweegt.

W

Waarde-aandelen
Waarde-aandelen zijn aandelen van ondernemingen waarvan de waarde ondergewaardeerd lijkt vanwege een vorm van fundamentele analyse. Beleggen in waarde-aandelen is een alternatieve beleggingsstrategie en wordt ook wel ‘value-beleggen, 'waarde-beleggen' of 'value-investment' genoemd.

Wall Street
Wall Street is de straat in New York waar de New York Stock Exchange (NYSE) gevestigd is. Om deze reden wordt de NYSE vaak  ‘Wall Street’ genoemd.

Warrant
Een warrant is een afgeleid beleggingsproduct met een hefboomwerking. Warrants lijken op opties, maar worden uitgegeven door een onderneming of een financiële instelling in plaats van door de beurs. Ook zijn de kenmerken van een warrant niet  gestandaardiseerd, in tegenstelling tot opties.

Wet op het financieel toezicht (Wft)
Dit is de wet waarin het grootste deel van de regels voor en het toezicht op de financiële sector in Nederland is vastgelegd.

Y

Yield
Met de term yield wordt het vaste rendement (zoals dividend of rente) aangeduid, uitgedrukt in een percentage.

Yield curve
Een yield curve is een grafiek die het verband weergeeft tussen het rendement op vergelijkbare leningen met verschillende looptijden. Bijvoorbeeld het verband tussen de korte en de lange obligatierente bij staatsleningen.

Z

Zakelijke waarden
Zakelijke waarden is een verzamelnaam voor beleggingen in aandelen, alternatieve beleggingen, grondstoffen en onroerend goed. Zakelijke waarden zijn over het algemeen risicovoller dan vastrentende waarden.

Zero bond
Een zero bond (ook wel ‘zero coupon bond’) is een obligatie die gedurende de looptijd geen rente uitkeert. Aan het einde van de looptijd wordt de zero bond afgelost tegen de nominale waarde (‘pari’) van de obligatie. De emissie van een zero bond vindt plaats tegen een lagere introductiekoers dan de nominale waarde. Het verschil tussen de introductiekoers en de nominale waarde wordt gezien als rente.

Start met Beheerd Beleggen

  • Uw beleggingen uitbesteden aan onze experts
  • Aantrekkelijk rendement
  • Al vanaf € 50,- inleg per maand of vanaf € 1.000,- eenmalig
  • Dagelijks opzegbaar

Ontvang nu € 60,-* cadeau

Start nu met Beheerd Beleggen en je ontvangt tijdelijk € 60,-* cadeau.

* Lees de actievoorwaarden

Lees meer over Beheerd Beleggen